Plan twee
De deur ging open en we verspreidden ons in een enorme zaal.
Wij waren een grote groep Joden, we kwamen overal vandaan. Aanhangers van Christenen voor Israël hadden zich bij ons aangesloten.
We spraken er uren vrijuit en luchtten ons hart. Niemand hield zich meer in want we pikten het niet langer.
Er werd gelachen, door elkaar gepraat, gestemd. De sfeer sloeg telkens om en er werd herhaaldelijk op tafels geslagen. Een vrouw riep dat we het grondrecht hadden te herdenken, een rabbijn vulde aan dat dit onze plicht was. Woede en opwinding wisselden elkaar af. Iemand riep door een megafoon dat de maat vol was en dat we gewoon Joods moesten kunnen zijn. ‘We laten ons niet meer onzichtbaar maken, we eisen de straat terug!’ Niemand sprak hem tegen, integendeel, er werd luid geklapt en gejoeld.
Toen werd besloten dat we zouden overgaan op plan twee.
Niemand vroeg nog wat plan één eigenlijk had opgeleverd. Of wat dat ook al weer inhield. Er moest actie komen.
Een man bood aan de geweren uit de Tweede Wereldoorlog van zolder te halen. Hij had ze geërfd van zijn opa. Meteen stond een vrouw op. ‘Die bewaren we voor plan drie!’ zei ze gedecideerd. De zaal joelde instemmend.
Achterin de zaal stak een vrouw haar hand op. Haar stem leek op die van Mona Keizer en ze liet zich ook niet intimideren door de luidruchtige mannen om haar heen. ‘We gaan gewoon herdenken! De enige oplossing die ik nu nog zie is dat we hetzelfde gaan doen als….’ Ze werd in de rede gevallen door de man naast haar die de handen om zijn mond had gezet en luid door de zaal tetterde ‘de etterbakken die alles verpesten!’
Geïrriteerd keek ze opzij en haalde diep adem om te antwoorden, maar ze werd overstemd door donderend applaus. Een paar Joden stormden naar buiten en haalden daar Israëlische vlaggen en spandoeken tevoorschijn. Enkele Christenen voor Israël liepen hen achterna om te helpen.
Even later had zich op straat een stoet van Joden en Christenen voor Israël gevormd. Ze droegen spandoeken met daarop teksten als ‘Van de straat tot aan het plein, wij willen ook zichtbaar zijn!’ en ‘Van de Maas tot aan de zee, spoel die palliestokers door de plee!’ Ergens achteraan stond een jonge man, stralend, met een bord ‘alleen in Israël ben je nog vrij gay, ga jij vanavond met mij mee?’
De stoet kwam in beweging, er bleken muzikanten onder het gezelschap te zijn. Er klonken allerlei instrumenten, iedereen blies zijn eigen deuntje of muziekstuk. Het werd een kakafonie van geluiden. De stemming was opperbest. Steeds meer mensen sloten zich bij ons aan, van allerlei gezindten en leeftijden. Al snel vroeg niemand zich nog af wie Joods was. Er verschenen overal borden met alleen het woord ‘vrijheid’, of ‘eindelijk’ en in de verte zag ik ‘nu of nooit meer’. Ineens liep ik niet meer achteraan.
Politieagenten liepen ontspannen mee om de demonstranten te beschermen.
Bij het station ging de stoet als vanzelf uiteen. De trommelaars maakten hun eigen show in de hoge stationshal. Niemand leek dat vreemd te vinden en het NS-personeel zorgde ervoor dat de trommelaars alle ruimte kregen. Toevallige passanten bleven geïnteresseerd kijken.
De overige stoet verplaatste zich naar het stadhuis en een afvaardiging werd ontvangen door de burgemeester. Ze kregen allemaal iets anders van de burgemeester te horen. ‘Herdenken is een grondrecht en iedereen die dit dwarsboomt krijgt met mij te maken’, was haar luide slotzin aan de hele groep.
Haar vurige woorden werden met gejuich van buiten begroet en toen ik me omdraaide zag ik pas hoe groot onze stoet inmiddels was.
We liepen verder.
Ik hoorde klezmermuziek overal vandaan komen en daarna werden Hebreeuwse liederen gezongen. Het Hatikva werd net in de bocht naar de Concertzaal ingezet en toeschouwers applaudisseerden. Daarna klonk het Wilhelmus en bijna iedereen zong dit uit volle borst mee.
Kinderen liepen ertussendoor alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.
Met witte en blauwe krijtjes trokken ze lijnen door de straten waar we liepen.
Politici waren er ineens, ze liepen vooraan en even later weer achteraan. Ze hadden het druk met het maken van selfies.
Ineens stierf de muziek langzaam weg. De trommels zwegen, de mondharmonica’s verstomden en de spandoeken zakten langzaam omlaag.
In de menigte was eerst nog gemompel hoorbaar maar al snel werd het doodstil. Ik hoorde het klapperen van vlaggen tegen de masten. Een meeuw scheerde langs en hief een klagelijk geluid aan, een schorre kreet weerklonk langs de huizen.
Het was alsof het altijd zo was geweest.


Wat een mooie droom…
Prachtig